Geletterdheid: Vlaanderen trappelt ter plaatse

 

IALS

Uit het al genoemde IALS-onderzoek van 1997 bleek dat 15 tot 18 procent van de Vlaamse bevolking over te lage competenties beschikte op het vlak van taal om zich adequaat te handhaven in een moderne samenleving. In de IALS-studie werden twee soorten taalkundige geletterdheid onderscheiden: prozageletterdheid en documentgeletterdheid.

Prozageletterdheid behelsde de vereiste kennis en vaardigheden om informatie te begrijpen en te gebruiken uit teksten zoals redactionele artikels, nieuwsberichten, gedichten en fictie.
Documentgeletterdheid betrof de vereiste kennis en vaardigheden om informatie te vinden en te gebruiken in diverse opmaken, zoals sollicitatiebrieven, loonlijsten, transportschema’s, kaarten, tabellen en grafieken.

Verder bleek uit het IALS-onderzoek dat in Vlaanderen het opleidingsniveau, de thuistaal, de leeftijd en de mate waarin volwassenen thuis lezen de belangrijkste determinanten waren van het geletterdheidsniveau van volwassenen.

Beleid op basis van IALS
De IALS-resultaten waren aanleiding voor de belangrijke conclusie dat meer dan 1 op de 7 volwassen Vlamingen onvoldoende kon lezen of schrijven om naar behoren te kunnen functioneren in de maatschappij. Omgezet in concrete aantallen: tussen 15 en 18% van de Vlaamse bevolking ofwel zo’n 700.000 à 850.000 volwassenen.

In 2005 keurde de Vlaamse regering het Plan Geletterdheid goed, een beleidsplan dat op de uitkomsten van het IALS-onderzoek uit 1997 was gebaseerd. Het Plan Geletterdheid had tot doel het geletterdheidsniveau van de Vlaamse bevolking significant te verhogen.

In 2011 evalueerde Vlaanderen het Plan, maar uit de uitgebreide beleidsevaluatie (79 blz.) viel niet af te leiden of er bijna 15 jaar na de nulmeting nu meer of minder laaggeletterden waren in Vlaanderen. Dat kon ook moeilijk, want er was al die tijd niets gemeten. Doorgaan met het beleid. Dat leek dan ook de voornaamste conclusie van de beleidsevaluatie over de periode 2006-2011.

Aanvullende gegevens