Vertalen voor een blind of slechtziend oog



De belangrijkste bepaling van dit verdrag met betrekking tot mijn onderzoek rond taalbescherming is wel artikel 13. Die tekst garandeert personen met een handicap de toegang tot een rechterlijke instantie in gelijkheid met anderen en “teneinde hun effectieve rol als (…) partij (…) in alle juridische procedures (…) te vergemakkelijken.” Dit betekent dus dat blinde, slechtziende en ziende personen op een zelfde doeltreffende manier een toegang tot de rechter hebben en dus ook over gelijkwaardige effectieve taalrechten beschikken.

De vraag is of dit toegekende recht ook in andere teksten wordt geconcretiseerd. De Europese Richtlijn nr. 2010/64 van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures drukt die gelijkwaardigheid niet uit met betrekking tot de blinde of slechtziende persoon. Die Richtlijn in strafzaken heeft het in overweging 27 algemeen over personen met enige lichamelijke beperking waardoor hun vermogen om doeltreffend te communiceren is aangetast. In dat geval – dixit die overweging – moet er een bijzondere aandacht zijn voor de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van verdediging van die kwetsbare personen.

Artikel 2.3 van die Richtlijn in strafzaken spreekt echter enkel over een passende bijstand aan personen met gehoor- of spraakstoornissen. De aandacht voor de lichamelijke beperking situeert zich daarmee alleen in de context van het recht op vertolking. En in dat mondelinge deel van het proces heeft de blinde of slechtziende persoon nu juist geen probleem. In de bepaling omtrent het recht op vertaling – het schriftelijke deel – is er geen sprake meer van personen met een lichamelijke beperking. De blinde of slechtziende persoon vormt hier dus jammer genoeg geen aandachtspunt, terwijl de ontvangst van documenten in zwartschrift voor hen wel degelijk een moeilijkheid oplevert.

Ook de Europese Betekeningsverordening (Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken) blijft stilzwijgend met betrekking tot blinde of slechtziende personen. Tekstuele verduidelijkingen zouden op dat vlak erg welgekomen zijn.

Aanvullende gegevens