Door de bril van de taal (Guy Deutscher, vertaald door Felix van de Laar): recensie

 


William Gladstone, alles samen ruim 10 jaar Brits premier, had een buitengewone fascinatie voor Homeros, over wie hij een kolossale studie schreef, die onder meer het vreemd vage taalgebruik van de Griekse dichter aan het licht bracht als het om kleuren gaat. Zijn conclusie luidde dat de oude Grieken aan een soort algemene kleurenblindheid moeten geleden hebben. Ze zagen kennelijk vooral licht en donker en verder ook wat rood. Voor de kleur blauw moeten ze ongeveer helemaal blind geweest zijn.

Later ontdekte de al even briljante filoloog Lazarus Geiger, na het bestuderen van de Bijbel, de Indiase Veda’s en IJslandse sagen, dat Gladstones opmerking ook gold voor andere oude beschavingen. Meer nog: in alle talen duiken de kleurentermen in dezelfde volgorde op. Na zwart komt eerst rood, gevolgd door geel en als laatste groen en blauw. De Pruisische oogheelkundige Magnus probeerde dat uit te leggen aan de hand van de afnemende energie-intensiteit van die kleuren, wat later niet eens correct zou blijken.

Inmiddels had de wereld ook kennis genomen van het denken van Charles Darwin en moesten universalisten de vraag kunnen beantwoorden hoe de mensheid op de korte tijd van honderd en nog wat generaties zo’n kleurenzin en –zicht had kunnen ontwikkelen. Relativisten kregen dan weer de uitdaging voorgeschoteld te verklaren om welke vreemde reden die antieke beschavingen niet de gewoonte hadden om blauw te benoemen, terwijl ze lapis lazuli wel waardevol vonden en de kleur dus kennelijk konden onderscheiden.

Nog later is gebleken dat veel levende, exotische talen eenzelfde vaagheid rond kleuren vertonen als de oude teksten die Gladstone en Geiger hadden bekeken. De Sioux gebruiken hetzelfde woord voor groen en blauw. Alleen kon nu onderzocht worden hoe het zat met wat die 'wilden' zagen. Zo bleek al snel dat ze beide perfect kunnen onderscheiden als... twee schakeringen van dezelfde kleur.

De psychiater en antropoloog William Rivers twijfelde er niet aan dat de door hem onderzochte eilandbewoners in de straat van Torres kleuren zagen, maar ook hij bleef geloven in een soort ongevoeligheid voor blauw. De stralendste lucht noemden ze immers 'zwart'.

Dat Deutschers eigen dochtertje, overigens een muzikaal wonderkind, al lang de kleur blauw kende maar moeite bleef hebben om het blauwe uitspansel zo te noemen, doet vader vermoeden dat... Neen, de clou gaan we niet verklappen. Wel heeft het te maken met de beschikbaarheid van termen en bijgevolg met een toevallige eigenschap van een aangeleerde taal. Cultuur, dus.

U raadt het al: nu zegt Deutscher weer 'ja, maar'.

Zijn conclusie is een compromis. Hij poneert vrijheid binnen beperkingen. Culturen kunnen relatief autonoom onderscheidingen maken, maar binnen bepaalde grenzen die de natuur hen stelt. Rood staat als kleur dichter bij onze biologie en onze natuur, omdat het de kleur is van bloed, van (seksuele) opwinding, van gevaarlijk voedsel (giftige bessen)... Geel is in die zin van nature een belangrijke kleur dat ze rijp van onrijp fruit helpt te onderscheiden. En blauw is in de natuur inderdaad de zeldzamere kleur...

Aanvullende gegevens