Einde concurrentieverstoring op taalopleidingenmarkt in zicht?

Einde marktverstoring btw in zicht?De overheid is een belangrijke inkoper van taalonderwijs en taalopleidingen in allerlei vormen. Die koopt ze in op de markt, waar Talenschool nv, Talenschool vzw en Talenschool vso geïnteresseerd zijn om voor de overheid te werken. Ze bieden de overheid dezelfde taalopleiding aan, dezelfde voorwaarden, en dezelfde prijs exclusief btw. Alleen, Talenschool nv moet de overheid een prijs inclusief 21 procent btw opgeven, Talenschool vzw en Talenschool vso mogen een prijs zonder 21 procent btw offreren. Nu mag u één keer raden bij wie de overheid zeer waarschijnlijk niet gaat inkopen.

De gevolgen van deze concurrentieverstoring doordat de ene aanbieder btw-vrijstelling kan genieten en de andere niet, zijn niet min. Niet alleen voor Talenschool nv die zichzelf uit de overheidsmarkt geprijsd ziet, maar ook voor de professionalisering van de sector en de status van het beroep zijn er kwalijke gevolgen.

Wat zijn de gevolgen van deze concurrentieverstoring? Wat overweegt de regering eraan te gaan doen? En wat kunt u doen?

 

Speelveld niet vlak

De markt van de taalopleidingen is divers. Sommige aanbieders zijn een btw-plichtige commerciële onderneming (nv, bvba) en andere zijn een niet-commerciële onderneming: een vzw (vereniging zonder winstoogmerk) of een vennootschap met sociaal oogmerk (vso), die beiden btw-vrijstelling kunnen genieten. De btw-plicht is dus niet voor iedereen gelijk. Het speelveld is niet vlak, zoals men tegenwoordig zegt, en de btw is hét obstakel in het veld.


Artikel 44, §2, 4° van het btw-wetboek

Hoe kan het dat de wetgever toelaat dat btw-vrijstellingen de concurrentie zo verstoren (ten nadele van de btw-plichtige commerciële ondernemingen)? Waarom moeten concurrenten gelijke opleidingen niet met gelijke btw factureren?

Tijd om deze schending van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel te stoppen? De federale regering overweegt nu aan de btw-vrijstelling een extra voorwaarde te koppelen: de vrijstelling mag niet tot een verstoring van de concurrentie leiden ten nadele van btw-plichtige commerciële ondernemingen. Hiervoor is slechts een kleine wijziging aan artikel 44, §2, 4° van het btw-wetboek nodig. Naar verluidt bekijken fiscalisten van de kabinetten van de vicepremiers momenteel een voorstel om aan artikel 44, §2, 4° één zinnetje toe te voegen dat stipuleert dat de btw-vrijstelling niet tot concurrentieverstoring mag leiden.

Het voorgestelde extra zinnetje komt woordelijk uit de Europese btw-richtlijn van 2006. Europa liet in haar btw-richtlijn al verstaan dat vrijstellingen van btw-plicht voor onderwijs liefst aan voorwaarden worden gekoppeld. Aan de voorwaarde bijvoorbeeld dat de btw-vrijstelling geen concurrentieverstoring veroorzaakt ten nadele van belastingplichtige commerciële ondernemingen. Zo staat het letterlijk te lezen in de artikels 132 en 133 van de Europese btw-richtlijn 2006/112/EG.

In juni 2013 zette België de genoemde artikels om in een gewijzigd artikel 44, §2, 4°. Maar van de vier vrijstellingsvoorwaarden die Europa suggereert, zette België er maar een om: organisaties kunnen voor onderwijs btw-vrijstelling genieten, zolang ze niet systematisch het maken van winst beogen en eventuele winsten niet uitkeren. De voorwaarde dat de btw-vrijstelling niet mag leiden tot concurrentieverstoring ten nadele van belastingplichtige commerciële ondernemingen, werd niet omgezet. Het gevolg is dat in een deel van de taalopleidingenmarkt de voorbije jaren een duo- of monopolie is ontstaan: Talenschool vzw en Talenschool vso hebben Talenschool nv effectief uit bijvoorbeeld de overheidsmarkt geprijsd. Een prijsnadeel van 21 procent cijfer je niet zomaar weg.

Aangenomen mag worden dat de markt, sinds het gewijzigde artikel 44 in 2014 van kracht werd, voor enkele miljoenen euro's is "verschoven" naar de Talenscholen vzw en vso. Veel Talenscholen nv hebben zich suf gezocht naar oplossingen en alternatieven: sommige hebben een Talenschool vzw of Talenschool vso opgericht. Andere zoeken intussen andere markten op waar het speelveld wel vlak is: de B2B-markt bijvoorbeeld, waar de btw voor de prijsvergelijking niet relevant is, aangezien de bedrijfsklanten de btw kunnen recupereren.


"Per definitie 21% goedkoper"

De Taalsector kon verschillende cases van flagrante concurrentieverstoring inkijken. Dat de verstoring reëel is, vindt ook Krystyna Krywen van Agataal bvba (Mortsel): "Sinds september 2014 zijn commerciële aanbieders van taalonderwijs btw-plichtig. Sommige van onze concurrenten hebben echter geen commerciële structuur, maar een vso of vzw. Hoewel ze qua aanpak en doel soms 300% commerciëler zijn dan wij, hoeven ze dus geen btw aan te rekenen, terwijl wij dit als commerciële organisatie wel moeten doen, gewoon wettelijk gezien."

"Wij worden sinds de invoering van de nieuwe btw-regels voor onderwijs dan ook constant geconfronteerd met oneerlijke concurrentie met vzw’s en vso’s. Ze concurreren met ons voor exact dezelfde opdrachten, maar ze zijn per definitie 21% goedkoper. Ook in overheidsopdrachten is deze oneerlijke concurrentie nadrukkelijk aanwezig. We hebben al verschillende opdrachten verloren omdat overheden prijzen inclusief btw vergelijken en de oneerlijke concurrentie niet hun probleem is. Wij gaan hier letterlijk aan kapot en zijn een aanzienlijk deel van onze klanten kwijtgeraakt aan zogezegde vzw’s. Zogezegde, want qua doel zijn ze absoluut commercieel, vaak commerciëler dan wij, alleen de fiscale constructie is verschillend," getuigt Krystyna Krywen nog. "Wij vragen geen cadeaus, geen uitzonderingen, alleen een gezond btw-klimaat met heldere regels die voor iedereen dezelfde zijn."


Gevolgen voor de status van het beroep

Het gros van de taalopleidingen die de overheid inkoopt, wordt op het terrein door freelance taaltrainers verzorgd. Die zijn al even divers van profiel: zelfstandigen in hoofdberoep, zelfstandigen in bijberoep, bijklussers van alle slag.

Veel freelancers voelen zich momenteel fiscaal gebruikt, zelfs als dat in de feiten niet het geval is. Zij zijn de zwakste schakel in de keten, ook omdat de overheid al in 2013 zelf suggereerde dat de freelance taaltrainer, docent, lesgever of leerkracht een 'toegeving' zou kunnen doen aan Taleninstituut vzw door geen btw aan te rekenen.

Veel freelance taaltrainers begrijpen niet hoe hun hoedanigheid van btw-belastingplichtige zelfstandige überhaupt ter discussie kan staan. Of hoe zij als zelfstandige een ondergeschikte verhouding kunnen hebben tot hun klant. "Is dat geen schijnzelfstandigheid?"

Veel freelance taaltrainers vinden het maar vreemd dat zij, om hun hoedanigheid van btw-belastingplichtige te behouden, zelf het bewijs moeten leveren dat ze geen band van ondergeschiktheid hebben met hun klant. "Het is kiezen tussen de pest en de cholera: 21% korting slikken of in ondergeschikt verband werken en btw-aftrek verliezen."

Hoe dan ook, veel freelancers voelen zich niet gewaardeerd. De fiscale randvoorwaarden jagen veel professioneel talent weg uit de sector. Dat maakt het voor de sector nog moeilijker dan het al was om talent met ambitie aan te trekken en nog veel moeilijker om dat talent langer dan een paar jaar in de sector te houden en zo duurzame kennis en expertise op te bouwen.

De gevolgen voor de status van de sector en het beroep zijn intussen ernstig te noemen. Dat beamen niet alleen de freelancers die nu dezelfde taalopleiding mét btw factureren aan Taleninstituut nv en - op vriendelijk verzoek en bij wijze van 'toegeving' - zonder btw aan Taleninstituut vzw. Ook Taleninstituut nv en Taleninstituut vzw voelen het probleem aan den lijve.


Oproep van Federgon en VBO aan de taalsector

Regine Castel, directeur van Eurospeak nv (Brussel, Gent) en medezaakvoerder van Eurospeak-Metodika Antwerpen vof: "Het resultaat is dat commerciële spelers de markt zien slinken tot de pure B-to-B en dat dit de professionalisering van onze sector niet ten goede komt. Individuele taaltrainers haken af, commerciële organisaties kunnen niet meer voor gezonde concurrentie op de markt zorgen, er ontstaat een monopolie van slechts enkele spelers, klanten begrijpen niet waarom dezelfde dienst bij de ene verstrekker btw-plichtig is en bij de andere niet."

Hoog tijd dus om iets te doen aan het btw-obstakel dat de concurrentie verstoort. Het opheffen van de concurrentieverstoring zal heilzame effecten hebben voor de verdere professionalisering van de taalopleidingensector en bij uitbreiding voor de kwaliteit van het aanbod aan opleidingen die de overheid en de samenleving meertaliger maken en die een belangrijke bijdrage leveren aan het succes van onze exportgerichte economie.

"Federgon en het VBO roepen met aandrang op om vanuit de taalsector nogmaals onze stem te laten horen. Spreek al uw mogelijke contacten aan: mensen van lokale besturen, politieke medewerkers, burgemeesters, iedereen die hogerop zijn stem kan laten horen en het belang van het wetsvoorstel kan beklemtonen. Misschien kent u geen minister of fiscaal adviseur, ik trouwens ook niet, maar misschien kent u wel iemand die in de lokale politiek zit of iemand die bij een lokaal bestuur werkt of een overheid. Nu is het ideale moment om in uw pen te kruipen," aldus nog Regine Castel.

 

Lees ook: Btw-vrijstelling op taalonderricht vanaf 1 september 2014 enkel nog voor vzw's

 

Noot voor de leden van De Taalsector

Momenteel bespreken fiscalisten van de kabinetten van de vicepremiers een voorstel van wetsontwerp. Komen zij tot een consensus over de precisering dat btw-vrijstelling niet tot concurrentieverstoring mag leiden, dan gaat het voorstel - als alles zijn normale gang gaat - naar de kabinetschefs en vervolgens naar de ministerraad. En een door de ministerraad goedgekeurd gaat dan natuurlijk naar het parlement...

Voor wie akkoord gaat dat btw-vrijstellingen de conurrentie niet horen te verstoren en in de taalsector liever een vlak speelveld ziet, is het nu een geschikt moment om zijn politieke contacten te sensibiliseren.

De Taalsector staat in dezen achter de inspanningen die Federgon en het VBO leveren voor het herstellen van een level playing field: een gelijkwaardige behandeling op btw-niveau van alle opleidingsverstrekkers, ongeacht hun juridisch statuut.

Neem gerust contact op met De Taalsector voor meer achtergrond- en detailinformatie.

 

 

Aanvullende gegevens