Een taalkronkel in het Belgische politieverhoor

 


Schoenmaker blijf bij uw leest

Ten eerste: “Schoenmaker blijf bij uw leest”. Het is belangrijk dat de ondervrager zich enkel op de ondervraging kan blijven focussen. Het noteren van verklaringen in een vreemde taal kan volgens mij alleen goed werken wanneer de ondervrager de taal van de ondervraagde zodanig perfect beheerst dat de ondervraging niet het minste kwaliteitsverlies kan lijden. Maar dan nog. Hoe goed de ondervrager de andere taal ook beheerst, een kwaliteitsverlies dreigt altijd. De ondervrager moet immers afzien van de officiële taal van zijn werkterrein. Hij moet zijn werkterrein in een andere taal omzetten. En daardoor verliest hij energie.


Schijn van niet-onafhankelijkheid

Ten tweede is er naar mijn oordeel een schijn van niet-onafhankelijkheid. De ondervragende politie-agent – ik weiger politieagent te schrijven – treedt niet echt op als een tolk(2); hij richt zich immers rechtstreeks tot de ondervraagde in diens eigen taal. Maar, het dossier heeft uiteraard een officiële proceduretaal, die de ondervrager eerst zelf inwendig in een andere taal moet omzetten. Op dit vlak zou men volgens mij een schijn van niet-onafhankelijkheid kunnen opwerpen, omdat hier een schijn van een niet-zelfstandige beslissing kan bestaan. De politie-agent is te afhankelijk van de taal van de ondervraagde. Hij is bovendien ook helemaal niet opgeleid om een verhoor te leiden in een andere taal dan de officiële proceduretaal.

Aanvullende gegevens