Een taalkronkel in het Belgische politieverhoor

 


In allerhoogste nood

De tussenkomst van een neutrale, kwalitatieve gerechtstolk verdient dus de voorkeur.

Doch wanneer de nood het allerhoogst is – bijvoorbeeld bij de (absolute) niet-beschikbaarheid van een tolk – kan daarvan worden afgeweken. De Belgische wetgever voorziet uitdrukkelijk in zo’n situatie bij de ontdekking op heterdaad.


Tolk ad hoc

In artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering staat te lezen dat “[d]e procureur des Konings [zich zo nodig] doet vergezellen van een of twee personen die wegens hun kunde of beroep bekwaam geacht worden om de aard en de omstandigheden van de misdaad of het wanbedrijf te beoordelen.”

Op grond van deze bepaling kan de procureur des Konings een bepaalde persoon als tolk ad hoc aanstellen. Inderdaad, nul n’est tenu à l’impossible, ook de procureur des Konings niet… Uit zijn taakomschrijving blijkt immers zeer duidelijk het belang van zijn snelle en doeltreffende tussenkomst. De wederzijdse talige informatiestromen moeten bij deze kapitale tussenkomst begrijpelijk blijven.

De procureur kan zich onverwijld ter plaatse begeven “om er de processen-verbaal op te maken tot vaststelling van het voorwerp van het misdrijf, van de staat waarin het zich bevindt, van de gesteldheid der plaats, en om de verklaringen af te nemen van de personen die aanwezig zijn geweest of die inlichtingen kunnen geven” (artikel 32 Sv.). Hij kan ook met het oog op het maken van zijn proces-verbaal “de verwanten, buren of dienstboden oproepen van wie vermoed wordt dat zij over het feit ophelderingen kunnen geven; hij neemt hun verklaringen op, die zij zullen ondertekenen (…)” (artikel 33 Sv.). De procureur des Konings kan ook verbieden “dat om het even wie het huis verlaat of zich van de plaats verwijdert zolang zijn proces-verbaal niet gesloten is” (artikel 34 Sv.).

Het lijkt mij erg raadzaam om met de absolute niet-beschikbaarheid van een tolk bij een ontdekking op heterdaad heel behoedzaam om te springen. Het zou in ieder geval wenselijk zijn de ‘fragiele’ taalbijstand zo vroeg mogelijk in het opsporings- en onderzoeksproces te verbeteren en zekerheid te zoeken over de kwaliteit en de neutraliteit van de tolkbijstand.

Aanvullende gegevens