Geletterdheid: Vlaanderen trappelt ter plaatse

 

Wat is geletterdheid eigenlijk?

Laten we eerst afspreken wat we met geletterdheid bedoelen.

Vroeger was je alfabeet of analfabeet. Kon je lezen en schrijven, dan was je alfabeet. Kon je dat niet, dan was je analfabeet. Er was analfabetisme en er moest worden gealfabetiseerd: leren lezen en schrijven.

Met het beleid, de pacten en de grote plannen kwamen ook de eufemismen en de terminologische vervaging. In de plaats van de analfabeten kwamen de functioneel laaggeletterden.

Er werden steeds nieuwe vormen of dimensies van geletterdheid ontdekt: numerieke geletterdheid, rekenvaardigheid, gecijferdheid, digitale geletterdheid, computer(gebruiks)vaardigheid, probleemoplossend handelen in technologierijke omgevingen, en andere informatieverwerkende vaardigheden.

Daar kwamen nog leercompetenties bij en sociale competenties en burgerschapscompetenties. En mediageletterdheid en politieke geletterdheid. En zo werd geletterdheid een multidimensionele all-in container.

Zeker, geletterdheid is niet gebaat bij een te enge opvatting (kunnen lezen en schrijven), maar een brede en vage invulling lijkt de omzetting van beleid in concrete acties ook niet gemakkelijker te maken.


Definities

Voor Vlaanderen is geletterdheid officieel 'de kennis en vaardigheid die nodig is om via geschreven taal te communiceren en informatie te verwerken, de vaardigheid om met numerieke en grafische gegevens om te gaan en de vaardigheid voor het gebruik van ICT'. (bron: Plan Geletterdheid Verhogen)

De IALS-definitie uit 1997 noemt geletterdheid ‘de vaardigheid om gedrukte en geschreven informatie te gebruiken om te functioneren in de maatschappij, de eigen doelen te realiseren en eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen’.

De PIAAC-definitie van geletterdheid luidt: ‘De vaardigheid om geschreven teksten te begrijpen, te evalueren, te gebruiken en er zich op zo’n manier mee in te laten dat men kan deelnemen aan de maatschappij, de eigen doelen kan realiseren en de eigen mogelijkheden en kennis kan ontwikkelen.’ Dat gaat van het decoderen van geschreven woorden en zinnen tot het begrijpen, interpreteren en evalueren van complexe teksten, maar omvat niet het produceren van teksten (schrijven).

Overigens gebruikt de vertaaldienst van de OESO de term geletterdheid niet in de Nederlandse samenvatting van haar eigen PIAAC-onderzoek. De OESO houdt het bij leesvaardigheid (literacy), rekenvaardigheid (numeracy) en het oplossen van problemen in hightech omgevingen (problem solving in technology-rich environments).

De vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent, die het PIAAC-onderzoek in Vlaanderen in opdracht van de Vlaamse overheid heeft uitgevoerd en er uitgebreid over rapporteert in het Nederlands, gebruikt de termen geletterdheid (literacy), gecijferdheid (numeracy) en probleemoplossen.

In ieder geval is geletterdheid een competentie, een sleutelcompetentie die men nodig heeft om op een normale manier mee te kunnen met de kenniseconomie.

In dit artikel …
In dit artikel is geletterdheid – u leest De Taalsector – de vertaling van literacy in de betekenis van leesvaardigheid / talige geletterdheid (dus zonder gecijferdheid of digitale geletterdheid). Dat betekent niet dat we het begrip geletterdheid verengen tot het ouderwetse kunnen lezen en schrijven. Het betekent ook niet dat we minder belang zouden hechten aan gecijferdheid en digitale geletterdheid. We focussen in dit artikel op de talige geletterdheid omdat de taalsector en de taalprofessionals op dat terrein bij uitstek een expertise hebben die ze op het vlak van de gecijferdheid en de digitale geletterdheid niet in dezelfde mate kunnen voorhouden.

Aanvullende gegevens