Een taalkronkel in het Belgische politieverhoor

 


Broer als tolk?

Eenmaal ter zitting, voor de rechter ten gronde, gaat het er overigens helemaal anders aan toe. Hoewel het voeren van de verdediging in handen van de vervolgde en zijn advocaat ligt, blijven de gerechten de ultieme bewakers van de eerlijke procesvoering, dus ook bij een eventuele afwezigheid van tolkbijstand ten behoeve van de vervolgde partij. Zo moet de rechter zich bijvoorbeeld niet te gemakkelijk laten overhalen door een advocaat die meent dat het voldoende is dat de broer van de partij tolkbijstand biedt.


Conclusie

Ik vind het essentieel om de taalstromen zo overzichtelijk, eenvoudig en comfortabel als mogelijk te houden en daarbij te kunnen rekenen op een neutraal, kwalitatief tolkwerk. In dringende gevallen of in gevallen met (al dan niet voorlopige) onoplosbare taalobstakels moet er creativiteit aan de dag gelegd worden. De resultaten van die creatieve taalbijstand moeten omzichtig benaderd worden.

 

Isabelle Bambust (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) is onderzoeker-assistent aan de rechtsfaculteit van de Universiteit Gent. Sinds 2012 verricht zij onderzoek rond de taalbescherming inzake de grensoverschrijdende mededeling van gerechtelijke documenten.


(Foto: Simeon Eichmann)

Download dit artikel in pdf-versie.



1) Zie immers het zeer nuttige handboek H. SALAETS, K., BALOGH, en D. ROMBOUTS, Gerechtstolken. Handleiding voor politie en rechtskundigen in een meertalige context, Leuven, Uitgeverij LannooCampus, 2014, 220 p.

2) Zie in verband met een (niet ondervragende) politie-agent die wel de zuivere rol van de tolk op zich neemt, de zaak ECRM 26 februari 1996, nr. 24294/94, Twalib/Griekenland. Onder de “particular circumstances of the case” lees ik: “A report was drawn up in which it is indicated that the applicant, who claimed not to understand Greek but to speak English, was assisted by Mr. H.L., an English-speaking police officer acting as interpreter.” Hier is een duidelijke schijn van partijdigheid.

3) J. ENGELEN, “Het politieverhoor na Franchimont”, De orde van de dag, maart 1999, nr. 5, 49

4) Zie Doc 54 0480/001, www.dekamer.be

5) ECRM 13 mei 1992, nr. 17276/90, P.C./Frankrijk

6) De Hongaar drukt zich dus niet uit in de eigen taal. De politie ook niet. Er wordt gesproken in een gemeenschappelijke taal.

 

 

 

Aanvullende gegevens