Erasmusbeurzen werpen hun vruchten afErasmusbeurzen werpen hun vruchten af. Tot die conclusie komt Joni Reygaerts (Universiteit Gent) in haar masterproef, waarvoor ze onderzocht welk effect een verplichte Erasmuservaring heeft op de persoonlijkheid van studenten.

Een Erasmuservaring verhoogt de culturele competentie, zo blijkt. Dat betekent concreet dat studenten met een Erasmuservaring zich in de toekomst beter zullen kunnen aanpassen aan nieuwe culturele omgevingen en dat ze beter zullen kunnen omgaan met mensen van verschillende culturen.

Joni Reygaerts, 24 maart 2018, Gent - De geglobaliseerde maatschappij wordt steeds cultuurdiverser. Het is vandaag essentieel om met andere culturen te kunnen omgaan. Niet alleen op het persoonlijke vlak, maar zeker ook professioneel.

 

Erasmus sinds 1987

Zowat alle economieën ter wereld zijn van elkaar afhankelijk, dus hebben bijna alle bedrijven internationale belangen. Hun personeel moet dan ook kunnen omgaan met multiculturaliteit en moet zich kunnen aanpassen aan nieuwe culturele omgevingen. Een buitenlandervaring kan toekomstige nieuwkomers op de arbeidsmarkt daarop voorbereiden. En daarom promoot en financiert de Europese Commissie de internationale mobiliteit van studenten sinds 1987 met het Erasmusprogramma.


Effect op persoonlijkheid?

Met 7754 uitwisselingsstudenten in het academiejaar 2013-2014 telt België het negende hoogste aantal Erasmusstudenten in Europa. Dat blijkt uit cijfers van de Europese Commissie, die een budget van 14,7 miljard euro voor het Erasmusprogramma vrijmaakt voor de periode 2014 tot 2020. Bij een dergelijk budget rijst natuurlijk wel de vraag of een Erasmusverblijf echt een effect heeft op iemands persoonlijkheid of gedrag.

Aan de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent wordt al enkele jaren onderzoek gevoerd naar de efficiëntie van (verplichte) Erasmusverblijven.

Joni Reygaerts voerde bij 46 taalstudenten een steekproef uit aan de hand van de MPQ-persoonlijkheidstest. De MPQ (Multicultural Personality Questionnaire) werd oorspronkelijk ontworpen door de Nederlandse onderzoekers Karen van der Zee en Jan Pieter van Oudenhoven om werknemers te selecteren voor een job in het buitenland, maar wordt tegenwoordig ook voor ruimere doeleinden gebruikt.

Alle 46 studenten legden de MPQ-test zowel voor als na hun buitenlandverblijf af. Ze kregen dus tweemaal een totaalscore en tweemaal een score op elk van de vijf persoonlijkheidsdimensies van de MPQ: flexibiliteit, emotionele stabiliteit, culturele empathie, ruimdenkendheid en sociaal initiatief.


Maatschappelijk nut

Wat blijkt uit de statistische analyse van de scores? Zowel de gemiddelde totaalscore als de gemiddelde score op vier van de vijf dimensies stijgt significant. (Ook op de dimensie flexibiliteit stijgt de score, maar niet significant.)
Concreet zullen de studenten zich dankzij hun Erasmuservaring beter kunnen aanpassen aan nieuwe culturele omgevingen en zullen ze interculturele situaties beter kunnen inschatten. Dat onderstreept het maatschappelijk nut van Erasmusverblijven – en dus ook van de investering in de internationalisering van de studieloopbaan.


Positieve verhalen

Naast het kwantitatieve onderzoek met de MPQ-test introduceerde Joni Reygaerts ook een kwalitatieve component in haar thesisonderzoek.

Bij zes taalstudenten nam ze een diepte-interview af over hun persoonlijke Erasmuservaring. Ze ging daarbij na welke verhalen en anekdotes naar voren kwamen.

De zes interviewees werden geselecteerd op basis van hun resultaten in het kwantitatieve onderzoek: de twee studenten van wie de totale MPQ-score het sterkst was gestegen, de twee van wie de score exact hetzelfde was gebleven en de twee van wie de score het sterkst was gedaald.

Hun verhalen werden getoetst aan hun scores op de MPQ-test. Het doel was na te gaan of uit de (kwalitatieve) verhalen dezelfde evolutie zou blijken als uit de (kwantitatieve) MPQ-scores.

Concreet werden de verhalen van elke student zowel op tekst- als op zinsniveau geanalyseerd en vervolgens vergeleken met zijn of haar kwantitatieve evolutie (gestegen, gedaald of gelijk gebleven op de vijf dimensies van de MPQ).

Uit de analyse op tekstniveau blijken vooral de verhalen van de twee sterkste stijgers de kwantitatieve evolutie te onderlijnen. De verhalen van de anderen sporen niet of niet zo sterk met de kwantitatieve evolutie. Dat komt omdat alle zes de studenten vooral positieve verhalen hebben verteld.

Positieve verhalen sluiten logischerwijze het beste aan bij de kwantitatieve evolutie van de twee sterkste stijgers.

Een mogelijke verklaring voor zoveel positieve verhalen is dat negatieve gevoelens in de herinnering sneller vervagen dan positieve gevoelens. Wat ook een verklaring kan zijn, is dat mensen eerder geneigd zijn om over positieve gebeurtenissen te praten dan over negatieve. Dat doen ze om aan sociale verwachtingen en normen te voldoen.


De toon van het interview

Daarnaast werd in de analyse op zinsniveau de algemene toon van elk interview vastgesteld aan de hand van het aantal positieve en negatieve uitspraken. Die algemene toon (positief, negatief of neutraal) kwam wel voor elk van de zes studenten overeen met hun kwantitatieve evolutie (gestegen, gedaald of gelijk gebleven op de vijf dimensies van de MPQ).


Effectiviteit van de Erasmuservaring

De resultaten uit het kwalitatieve onderzoek lijken die uit het kwantitatieve onderzoek dus vrij goed te ondersteunen.

Dat toont niet alleen dat de interviews een waardevolle aanvulling zijn op het kwantitatieve onderzoek, maar het benadrukt nogmaals de effectiviteit van de Erasmuservaring.

Verder onderzoek naar – en voortdurende investeringen in – internationalisering zijn dan ook nodig om het maatschappelijk nut van de (verplichte) Erasmuservaring verder in kaart te brengen.


Joni Reygaerts (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) volgt momenteel de specifieke lerarenopleiding (SLO). Dit artikel gaat over het thesisonderzoek dat ze verrichtte in het kader van haar masteropleiding meertalige communicatie aan de Universiteit Gent. Haar promotoren waren prof. dr. June Eyckmans en Alexandra Rosiers.

Met dit artikel won Joni Reygaerts twee LIA"s: De Taalsector Juryprijs "Popularisering" en De Grote Taalsector Prijs van de Jury (de hoofdprijs).

Alles over de #LIAS2018: www.languageindustryawards.eu

Download het programmaboekje (pdf) van de #LIAS2018 en lees daarin een interview met Joni Reygaerts van de hand van Mai Jorissen (KU Leuven) en het juryverslag bij De Taalsector Juryprijs "Popularisering" van de hand van prof. dr. Filip Devos (UGent). Filip Devos pleit al jaren voor meer aandacht en waardering voor wie resultaten van wetenschappelijk onderzoek tot bij de gewone man brengt of ze vertaalt in leesbare handboeken.